In het toilet op de spoedeisende hulp in Hospital Verge de la Cinta in Tortosa bots ik tegen de achterkant van een ziekenhuisbed. Een bejaarde man veert op. Ontbloot bovenlijf, zes witte plakkers op zijn borst. ‘Perdon’ prevel ik en ren blootvoets terug naar afdeling Emèrgencies. Met een beetje mazzel is het water in de mop-emmer die ik achter Pips bed heb zien staan, schoon genoeg om mijn ondergespuugde slippers in af te spoelen. Dweil ik daarna meteen even de vloer.

Lijkbleek

Het is nog vroeg als Pippa eerder die dag bovenop ons bed springt: ‘Mam, pap, ik voel me niet goed.’ In de badkamer loopt ze leeg, van onder én boven. Bruin lijfje, krijtwit gezicht. Mijn arme schat is de vierde op rij. Drie dagen eerder hangt Zus boven de pot, vervolgens is Yuri de klos en later lig ik met een teiltje in de aanslag naast Marvy in bed. ‘Het komt goed,’ stel ik onze oudste gerust, die achter haar zusje aan naar beneden rende.  ‘Bij jou kwam het toch ook goed!’ De paniek slaat ook bij mij toe als Pips ogen opeens wegdraaien en ze als een lappenpop tegen de koude badkamermuur naast de toiletpot zakt.

Met z’n zessen in de auto, ongekamde haren, Pip overdwars voorin. We wonen amper een maand in Spanje. Het is dat we tijdens een eerdere vakantie op ontdekkingstocht door Tortosa toevallig langs dit ziekenhuis wandelden. Anders hadden we nu geroepen: ‘Waar naartoe?’ ‘

Help, help dan toch, mijn dochter is ziek,’ Geen idee hoe je dit in het Spaans zegt, laat staan in het Catalaans. Niet dat het zin heeft om iets te roepen, want de stoel achter de aanmeldbalie van de afdeling Emergències is leeg. Achter een glazen wand, zie ik een vrouw poetsen. Ik bons op het raam en wijs naar Pip, die – gewikkeld in de badjas van papa – bewegingsloos in Yuri’s armen ligt. Na vijf ellendig lange minuten, is daar dan eindelijk de portier.

Norovirus

Pips verzekeringspas, of beter gezegd het ontbreken daarvan, is het volgende obstakel. Een paar weken eerder sloot ik bij mijn nieuwe Spaanse bank  meteen een particuliere zorgverzekering af voor mijn dochters en mezelf.  Als bewijs krijg ik het A4-tje, met de mededeling dat de  passen snel naar ons huis worden gestuurd. En die post is nog steeds niet binnen, besef ik nu. Gelukkig ziet de portier ook dat er belangrijkere zaken spelen dan de juiste papieren.

Bloedonderzoek wijst uit dat het om een variant van het norovirus gaat. Dat, in combinatie met Pips gewicht (geen grammetje teveel) maakt dat ons kind na de eerste ‘leegloop’ vrijwel meteen is uitgedroogd. Pip krijgt een bed op de kinderkamer van de spoedeisende hulp toegewezen en hangt de rest van de dag aan het infuus.

Chaos

Pip slaapt het grootste deel van de dag. In de haast heb ik geen boek meegenomen en de batterij van mijn telefoon is zo goed als leeg. Gelukkig valt er genoeg te zien en te horen op de spoedeisende hulp. Brancards op plekken waar je ze niet verwacht, gekrijs en gehuil, kermende bejaarden, een peuter die op zijn loopfietsje tussen de ziekenhuisbedden op de gang laveert. Het is een komen en gaan van artsen, verplegers, patiënten en familieleden die hen bijstaan. Alleen naast Pip – ze ligt op een tweepersoonskamer – liggen die dag zeven verschillende kinderen, die stuk voor stuk zoet worden gehouden met iPads en telefoons.

Een dikke peuter speelt in afwachting van zijn ‘ontslag’ ruim een uur een dierengeluidenspel. Na elke ‘ boeh’, ‘knor’, ‘piep’ en ‘grrrrr’, kraait het joch van plezier. Schuin tegenover Pips bed wordt de zoon (schat ik) van een doodzieke vrouw elke tien minuten gebeld. En geen mens die klaagt over zijn belachelijke doedelzak ringtone op standje max.

Mevrouw Helderder zou spontaan een beroerte krijgen, want van hygiëne is weinig sprake. De vloer oogt smoezelig en is op sommige plekken zelfs kapot, lekkagekringen op het plafond, lakens vol gaten en het bed naast Pip wordt niet één keer verschoond, terwijl er behalve zeven kinderen ook een snurkende vader in heeft gelegen. Pip geeft nog twee keer over in het ziekenhuis. Nadat ik haar bed heb verschoond, overhandig ik de vieze lakens vol norovirusbacteriën aan een ziekenhuismedewerkster, die ze op een hoopje gooit in de gang. Waar de lakens de rest van de dag blijven liggen.

Zorg op maat

Daar staat tegenover dat Pip wordt vertroeteld tot en met. Elk kwartier komt een verpleegster langs om te kijken hoe het met haar gaat. Speciaal voor ons wordt ook een Engels sprekende kinderarts opgetrommeld (heb ik niet om gevraagd). Kinderarts Maria in haar bontgekleurde doktersjas, neemt uitgebreid de uitslag van het bloedonderzoek met me door (heb ik niet om gevraagd), geeft uitleg over het infuus (heb ik niet om gevraagd) en op de koop toe, krijg ik  lijstje met medicinale drankjes die bij de farmacia worden verkocht en die elke Spaanse (huis)moeder in de voorraadkast heeft staan (heb ik ook niet om gevraagd). Het loopt tegen vijven – Pip heeft weer kleur op haar wangen – als dokter Maria persoonlijk afscheid komt nemen. Pippa krijgt twee kussen en ik een briefje met haar persoonlijke telefoonnummer.

Ps.

Dat mijn kinderen en ik met een particuliere verzekering niet in een algemeen ziekenhuis geholpen mogen worden, hoor ik enkele weken later via de telefoon. De administratief medewerkster zegt dat het haar spijt, maar we moeten de rekening echt zelf moeten betalen. Een dagopname inclusief bloedonderzoek en behandelingen kost in Nederland snel 1000 euro. Op de factuur die ik vervolgens per mail ontvang, staat onderaan de streep maar liefst 162 euro. Ha, voor dat bedrag wil ik met liefde zelf dweilen en bedden verschonen.

over leven in Spanjeover Leven in spanje

over leven in Spanje

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

5 comments

  1. Wat een verhaal, heel herkenbaar dit. Zelf heb ik twee jaar geleden zo ook een dag in het ziekenhuis gezeten, dan wel in Mexico. Het was ook een overheidsziekenhuis want we hadden toen nog geen particuliere verzekering. Wat een toestanden daar! Ook op de spoedeisende hulp. Bizarre toestanden!

  2. Jeetje dat zal schrikken zijn. Wel een goede tip inderdaad om de buurt van tevoren goed te verkennen!

GEEF EEN REACTIE / DEEL JOUW REISTIPS!